vrijdag 16 oktober 2009

Boet in de Burger King

Lauw, uitgekauwd, kurkdroog stationsvoedsel. Als pendelende avondstudent met onmogelijke college-uren ben ik er inmiddels aan gewend. Tegenwoordig vis ik met speels gemak de bonken vet uit het brosse broodje van Donnie's Döner. Achteloos knaag ik een koude kroket van de Smullers weg naast een prullenbak vol snotzakdoeken. Het is treurig om te constateren, maar ik heb me aangepast aan de erbarmelijke eetstandaarden binnen de treinenkoker. Voor wie dacht dat een vliegtuigmaaltijd het doucheputje van de dinerladder vormde heb ik een tip: Stap eens een keer hongerig op de trein.

Logisch dus dat ik geen verwachtingen meer heb als ik weer eens een half uur voor college aanschuif onder de sfeerloze TL lampen van de Burger King. Ik verwácht simpelweg niets meer dan een rubberachtig stuk vlees op een zompig broodje. Maar blijkbaar zijn er mensen die er nog verontwaardigd van kunnen raken als hun schijf dood dier niet op de juiste temperatuur wordt geserveerd. Vanavond had ik het onvrijwillige voorrecht om in het hol van de hamburgerkoning naast zo'n zeldzaam kritische klant te zetelen.

Boet. Zo had ik hem in mijn gedachten gedoopt: De lompige gestalte die ongeduldig zijn worstenvingers op de tafel liet ratelen in afwachting van zijn King Size Angry Whopper Menu. Boet keek boos. Het zinde hem helemáál niet dat ik als late binnenkomer eerder dan hem van frituursel was voorzien. Zwijgzaam schoof ik mijn dienblad tussen mijn armen, bang als ik was voor een frontale aanval van Boet op mijn krulfriet. Ongemakkelijk, zo zou je het kunnen noemen.

Toen Boet dan eindelijk naar de kassa werd geroepen om zijn bruine fruit af te halen, ging dit gepaard met een stevige scheldkannonade jegens de trage plukkers. Boet had die avond namelijk nog wel meer te doen dan op zijn eten wachten, zei hij. Terwijl ik me voor probeerde te stellen hoe Boet later die avond in een literair café de discussieronde over de nieuwe Tommy Wieringa zou leiden, plofte hij nog namopperend naast me neer.
Ongeduldig scheurde hij de bruine kartonnen zak aan stukken, waar ze zijn culinaire schat in begraven hadden.

Nadat Boet in een explosie van saus en rondspattend vet zijn tanden in de weerloze burger had geboord, leek aanvankelijk de rust weergekeerd. Onder het genot van mijn buurmans ritmische gesmak richtte ik me opgelucht op mijn blaadje met collegestof. Na een paar seconden lezen kromp ik echter alweer ineen. Het gesmak was plotseling opgehouden. Het was een onheilspellende stilte die maar één ding kon betekenen. Langzaam richtte ik mijn gezicht op van mijn met vetspatten besmeurde velletje. Boet had zijn Whopper neergelegd en keek trillend voor zich uit. Korrels brood vielen van zijn kin toen hij zijn samengeperste lippen opende en met woeste stem door de ruimte brulde: "De sla is zuur!".

Terwijl medewerkers en mede-eters geschrokken opkeken, begon Boet zijn nietsontziende tirade. Niet alleen was de sla zuur, het zakje mayo dat hij had gekregen was ook veel te klein voor het King Size pak frieten dat hij had besteld. En in die beker met ijs zat eigenlijk ook maar veel te weinig cola. En dat allemaal terwijl hij vorige keer ook al niet lekker had gegeten. Terwijl de verwensingen verder uit zijn mond sputterden, greep Boet demonstratief zijn jas en beende hij richting uitgang. Toen hij door de schuifdeuren liep tierde hij tegen niemand in het bijzonder dat hij nooit meer een stap in de Burger King zou zetten, om vervolgens kordaat om de hoek te verdwijnen.

Een paar seconden lang was de ruimte vervuld van totale stilte. Toen begon langzaam het gegniffel over Boet's dramatische aftocht. Geschuifel van stoelen klonk, het vertrouwde geslurp zwol aan. Al snel concentreerde iedereen zich weer op de in kadet gehulde plastic lap voor zijn neus. Recht voor me lag de aangevreten Whopper van Boet, achtergelaten als een verminkte vondeling, badend in zijn eigen saus. Ineens was al mijn honger verdwenen. Ik schoof het restant van mijn Long Chicken liefkozend tegen de verbroddelde Whopper, stond op van mijn stoel en verliet zo snel als ik kon deze onheilsplek.

Boet heeft mijn ogen geopend. Voortaan eet ik iedere donderdagavond verse sla. Verse sla, uit een zak van de Dekamarkt. Maar toch... verse sla. En in ieder geval geen zure.

1 opmerking:

  1. Hulde, niets dan hulde voor het nieuwe Pavlov-lid! Ik voorzie gouden toekomsten!

    BeantwoordenVerwijderen